Eerste graad
Tweede graad
Derde graad
1ste - 3de & 5de jaren
2de - 4de & 6de jaren
Organisatie
Waarom nog Latijn kiezen?

Het is ongetwijfeld een interessante vraag waarom men in deze tijd de jongere nog Latijn laat studeren; de vraag naar het «nut» ervan is tegelijk ook een vraag naar het nut van veel andere vakken die men niet zo meteen in vraag durft te stellen.
Het antwoord kan alleen zinvol gegeven worden binnen het kader van de bedoelingen van het ASO (of het algemeen secundair onderwijs): dat wil namelijk de jongeren vooreerst een brede algemene ontwikkeling bijbrengen door inwijding in de verschillende vakken die op het programma staan, elk met zijn eigen methode van denken, en vervolgens het karakter vormen i.v.m. belangstelling, concentratie, zin voor nauwkeurigheid en schoonheid, de bekwaamheid tot planning en methodisch werken, en de bereidheid tot dagelijkse inzet en samenwerken met anderen. Ten slotte mag ook de lichamelijke, religieuze en muzische opvoeding niet uit het oog verloren worden. Ja, het is een hele opgave waarvan de basis al gelegd wordt in het lste jaar!
Welke plaats neemt de studie van het Latijn (en het Grieks) hierin nu in? Het Latijn wordt bestudeerd zowel om de vorming die men opdoet door de studie van woordenschat en spraakkunst als door de lectuur en bespreking van de teksten. Aangezien de studie van elke taal begint met het uit het hoofd leren van woorden en de basisregels van zinsbouw, zal hieraan veel aandacht moeten besteed worden: dagelijks zal de leerling hiermee bezig zijn en precies die dagelijkse training van geheugen en inzicht is de basis van veelsoortige denk- en karaktervorming.
Het Latijn is echter geen «dode taal» als men weet hoeveel woorden in Frans, Engels en Nederlands van het Latijn zijn afgeleid; voor de studie van het Duits is de kennis van het systeem van naamvallen echt een groot voordeel. Kortom, wie nauwkeurig met taal wil omgaan en vreemde talen wil leren (o.m. Spaans, Italiaans, Russisch) zal zonder het Latijn heel wat meer moeilijkheden ondervinden. En wie de Algemeen Nederlandse Spraakkunst (1984) openslaat, zal er kunnen lezen dat ook de Nederlandse spraakkunst gebaseerd is op die van het Latijn.
Door de lectuur van de antieke auteurs komen de jongeren in contact met de klassieke beschaving die men overal tegenkomt: denk maar aan de vele medische en juridische termen en de wetenschappelijke benamingen (zelfs «informatica» en «inflatie» zijn Latijnse woorden!).
Voor de 'Latijnse' eist men dan ook een goed woordgeheugen, zin voor taalkundige nauwkeurigheid, de bereidheid om dag na dag teksten, woordjes en grammatica te herhalen, en ook een snel verwerkingsvermogen om alle andere vakken bij te houden. De leerstof KLASSIEKE STUDIEN bestaat uit drie onderdelen: Latijn, Grieks en verkenning van de antieke cultuur. Het hoofdaccent ligt op de verwerving van de basisstructuren van Latijn door confrontatie met de Nederlandse zins- en woordontleding. Door een kennismaking met Grieks wordt gepeild naar de belangstelling en aanleg voor deze taal met het oog op een keuze op het einde van het eerste jaar.
Indien de studie van Klassieke Studiën te zwaar uitvalt, kan men op het einde van het eerste trimester overschakelen naar de 'moderne'. Dit brengt geen noemenswaardige problemen met zich mee, aangezien de leerstof in het eerste jaar, buiten Klassieke Studiën, gemeenschappelijk is. Doch de verandering van klas vergt op haar beurt ook een aanpassing. Een kordate keuze na wijs beraad is zeker aan te bevelen.

Lessentabel tweede leerjaar
Lessentabel 2 handel